Wibout's Wekelijkse Wijsheid

Schot

Wibout's Wekelijkse Wijsheid

Vorige week ging het over het vrijkomen voor het schot. Deze week gaat het erom hoe je het schot zelf dan kan verbeteren.

Bepaalde aanwijzingen zijn erg effectief en sommige pakken de spelers juist niet op. Nu is het altijd verschillend per speler welke aanwijzingen werken en welke niet, maar er is wel een grote lijn die bij iedereen beter werkt. Dat gaat om externe focus. Daarmee wordt bedoeld dat je als trainer veel feedback geeft over wat de spelers kunnen zien.


Voornamelijk over waar de bal komt ten opzichte van de korf. Aanwijzingen over de houding van de speler zijn weinig effectief. Het zorgt er alleen maar voor dat kinderen bezig zijn met de juiste houding, terwijl je als trainer wilt dat ze bezig zijn met raak schieten.  Mocht je een bepaalde techniek toch willen aanpassen, dan kan dat het beste door een overdreven plaatje te geven van wat ze ‘verkeerd’ doen en vervolgens heel duidelijk laten zien hoe het goed moet doen. De spelers kunnen zich dan ook nog focussen op het resultaat. 

 

Een andere manier is om het zo onmogelijk te maken dat de speler het vanzelf wel goed gaat doen, zonder dat je wat zegt. Spelers die de bal van heel laag weg schieten zou je vlak achter een kast of bosan blok kunnen zetten, zodat ze de bal niet meer omlaag kunnen halen. Spelers die te vlak schieten kan je over een korf heen kunnen laten schieten, die tussen de speler en de korf waar ze op mikken staat.

 

Het allerbeste werkt nog als je gewoon letterlijk zegt waar de bal komt. Harder schieten, maar naar links en zulke aanwijzingen zorgen ervoor dat de speler bezig is om het schot aan te passen, zonder dat hij of zij zich hier van bewust is.